Enkelvoudig, bifocaal of multifocaal glas

Wat er verandert rond uw 45e
De ooglens wordt met de jaren stugger, waardoor scherpstellen op korte afstand langzamer gaat. Dat heet presbyopie of ouderdomsverziendheid, en het overkomt vrijwel iedereen — ook mensen die altijd scherp zagen.
Het begint meestal met een boek of telefoon iets verder weg houden bij weinig licht. Een leesbril lost dat op, en die kunt u kant-en-klaar kopen als uw ogen links en rechts ongeveer gelijk zijn.
Heeft u al een sterkte voor veraf, dan wordt het een keuze tussen twee brillen of één bril met meerdere sterktes. Over het ouder wordende oog en leesafstand vindt u uitleg bij Thuisarts.nl.
Multifocaal: één bril voor alles
Een multifocaal of progressief glas loopt van veraf bovenin, via een tussengebied, naar dichtbij onderin. Er zit geen zichtbare rand in, en u schakelt door uw hoofd iets te bewegen in plaats van van bril te wisselen.
De wenperiode is echt: reken op één tot drie weken waarin trappen, stoepranden en het snel omkijken vreemd voelen. Dat komt doordat de zijkanten van het glas licht vervormen — dat hoort erbij en went bij de meeste mensen.
Wie het niet went, heeft vaker een aanmeetprobleem dan een gewenningsprobleem. De centrering moet precies kloppen, en dat vraagt zorgvuldige metingen van pupilafstand en montagehoogte in dít montuur.
Wanneer twee brillen prettiger zijn
Bij intensief computerwerk werkt een multifocaal glas vaak tegen: het tussengebied is smal, en u zit de hele dag met uw kin omhoog om door het juiste stuk te kijken. Een aparte beeldschermbril met een breed tussengebied is dan comfortabeler.
Hetzelfde geldt bij handwerk, muziek lezen of alles waarbij u lang op één afstand kijkt. Voor die situaties bestaan speciaal berekende glazen.
En bij een eerste leesbril met een lichte sterkte is twee brillen simpelweg goedkoper. Multifocaal is een aanzienlijke investering die pas loont als u hem de hele dag draagt.
Wat een goede aanmeting inhoudt
Bij multifocale glazen valt of staat alles met de opmeting, en die duurt langer dan mensen verwachten. Er wordt niet alleen uw sterkte bepaald maar ook de pupilafstand per oog, de hoogte waarop uw pupil in dít montuur staat, de voorover gekantelde hoek en de kromming van het montuur.
Die metingen gebeuren terwijl u het gekozen montuur draagt en rechtop zit — niet met een standaardwaarde uit een tabel. Gaat dat te snel, vraag er dan naar; het is precies waar een multifocaal glas op misgaat.
Vraag ook naar het glastype. Er zijn eenvoudige progressieve glazen met een smal tussengebied en duurdere met een ruimer gebied. Bij veel computerwerk of veel autorijden merkt u dat verschil dagelijks; bij incidenteel gebruik nauwelijks.
Waar het montuur meespeelt
Bij multifocale glazen heeft u hoogte nodig: het glas moet ruimte hebben voor drie zones. Een heel laag montuur — de smalle, modieuze vormen — laat te weinig leesgebied over.
Als vuistregel wordt vaak 28 tot 30 millimeter glashoogte aangehouden als minimum. Uw opticien meet dat op in het montuur dat u kiest, niet in het algemeen.
Vaste neuspads zijn hier een nadeel: verschuift de bril op uw neus, dan verschuiven ook de zones. Bij multifocaal is een montuur dat exact blijft zitten dus belangrijker dan bij een enkelvoudig glas.

